Moderne politiek 2

[Vervolg van Politiek 1]

Al in 1982 keerden de sociaal-democraten terug in de regering, onder leiding van Olof Palme. Hij was een pleitbezorger voor de Derde Wereldlanden en een voorstander van wereldwijde ontwapening.

Olof Palme werd in 1986 op straat doodgeschoten. Drie jaar later werd een drugsverslaafde crimineel voor de moord veroordeeld, maar hij werd in hoger beroep vrijgesproken.

Na de moord op Palme veranderde de traditionele Zweedse neutraliteitspolitiek. Het land zocht toenadering tot de Europese Unie. In 1991 werd het lidmaatschap aangevraagd en vier jaar later trad Zweden toe tot de EU.

Bezuinigingen

Intussen belandde het land in een economische crisis. De werkloosheid liep hoog op en de conservatieve regering van premier Carl Bildt voerde straffe bezuinigingen door. Ook werd een begin gemaakt met de privatisering van staatsbedrijven.

De sociaal-democraten, die in 1994 het roer weer in handen kregen, waren gedwongen door te gaan met bezuinigen. Zo werd de Zweedse verzorgingsstaat iets minder verzorgend door kortingen op uitkeringen.

Dat was in strijd met de verkiezingsbelofte van de sociaal-democraten, waardoor ze bij de verkiezingen van 1998 zwaar verloren. Toch bleven ze regeren in een minderheidskabinet met steun van de Linkse Partij en de Groenen.

In 2002 kregen de sociaal-democraten weer vertrouwen van de kiezers, maar niet voldoende om alleen een regering te vormen.

Omdat premier Göran Persson niet wilde regeren met een anti-Europese partij als de Groenen, bleef hem niets anders over dan opnieuw een minderheidsregering te vormen.

Persson is een sterk voorstander van invoering van de euro, maar in een referendum daarover in 2003 stemde een meerderheid van de Zweden tegen.

Frits Mulder, Taal en tekst.