Volk en cultuur 1

Zweden is met negen miljoen inwoners een dunbevolkt land. Bijna 85% van de bevolking leeft in stedelijk gebied.

Tot de Tweede Wereldoorlog was de Zweedse bevolking erg homogeen, maar dat is de afgelopen vijftig jaar sterk veranderd. Vluchtelingen uit Oost-Europese landen vonden een nieuw thuis in Zweden.

In de jaren vijftig kwamen daar gastarbeiders uit Finland bij, gevolgd door Zuid-Europeanen, en in de jaren '70 nam Zweden veel vluchtelingen op uit Latijns-Amerika en Vietnam.

Nu bestaat ruim 90% van de bevolking uit Zweden, 2,5% is Fins en de rest is een mix van allerlei nationaliteiten. In het uiterste noorden wonen ongeveer 15.000 Samen (Lappen) met een eigen taal en cultuur.

Armbanden in Viking-stijl, gemaakt van metaal, leer en hoorn

Die toevloed van andere culturen heeft het traditioneel gereserveerde Zweedse volk wat opener gemaakt. Zweden komen in eerste instantie afstandelijk over, maar dat heeft alles te maken met hun eigen behoefte aan privacy, die ze anderen ook gunnen. Je niet bemoeien met andermans zaken staat niet alleen hoog in het politieke vaandel, maar geldt ook privé.

Ruim veertig jaar ononderbroken sociaal-democratisch bestuur heeft zijn sporen nagelaten. Het land kent nauwelijks klassenverschillen: er wordt wel gezegd dat alle Zweden tot de middenklasse behoren. Zweden was een van de eerste landen met een nationale ombudsman, die moet waken over de gelijke behandeling van iedereen.

Zweedse feestdagen

De meeste grote feesten in Zweden hebben te maken met het wisselen van de seizoenen.

Op 30 april wordt ieder jaar de terugkeer van de lente gevierd in de Walpurgisnacht. Overal worden dan grote vuren ontstoken. Dit is al een oud gebruik dat was bedoeld om boze geesten terug het bos in te jagen. Het vee kon de volgende dag dan veilig de wei in worden gestuurd.

De eerste zaterdag na 20 juni is het Midzomernachtfeest, waarbij rond de meiboom wordt gedanst en gegeten.

[Vervolg: Volk en cultuur 2]