Economie

Zwitserland heeft vrijwel geen grondstoffen. Daardoor is er geen zware industrie ontstaan, maar heeft het land zich gespecialiseerd in bepaalde vormen van lichte industrie. Zwitserland heeft wereldfaam als leverancier van kwaliteitsproducten, vooral precisie-instrumenten zoals klokken en horloges. Die industrie liep in de jaren '70 wel klappen op door concurrentie van Japanse horlogemakers. De Zwitsers hebben de concurrentie succesvol het hoofd geboden met de introductie van het modehorloge Swatch (een samentrekking van Swiss en watch). Die horloges zijn relatief goedkoop en ieder jaar is er een nieuwe collectie.

In het verlengde van de uurwerkindustrie is Zwitserland ook sterk in de productie van meet- en regelapparatuur. Een andere belangrijke tak is de farmaceutische industrie. Bekende fabrikanten van geneesmiddelen zijn Roche en Novartis, twee van de grootste farmaceutische concerns ter wereld. Deze bedrijven zijn ook voorlopers in de zogeheten biotechnologie, waarmee nieuwe medicijnen worden gemaakt op basis van micro-organismen. Veel Zwitserse bedrijven zijn actief in andere toepassingen van biotechnologie, zoals voor de voedingsindustrie en de landbouw. In die voedingsindustrie blaast Zwitserland ook een partijtje mee: Nestlé is het grootste voedingsconcern ter wereld.

Zwitsers geld

Economisch van het grootste belang is de dienstverlening en meer specifiek het bank- en verzekeringswezen. Die is geconcentreerd in Zürich. Een van de grootste verzekeraars is zelfs genoemd naar deze stad.

Pijler van de financiële dienstverlening is het roemruchte bankgeheim. Iedereen kan geld overmaken naar een Zwitserse bankrekening (tenminste, als je er voldoende van hebt), zonder dat de identiteit van de rekeninghouder ooit bekend wordt. Maar liefst eenderde van alle particuliere vermogens ter wereld ligt opgeslagen in Zwitserse bankkluizen. De economie profiteert ervan, maar het bankgeheim stuit wel op toenemende kritiek uit het buitenland. Zwitserland is een financiële vluchthaven geworden voor belastingontduikers en dictators die hun land leegroven en het daarmee verdiende geld willen veiligstellen.

Halverwege de jaren '90 kwamen de Zwitserse banken in opspraak toen de senator van New York, Alfonse Martello D’Amato, joodse "oorlogstegoeden" opeiste. In Zwitserse kluizen zou veel geld en goud zijn opgeslagen, dat toebehoorde aan Duitse joden die in de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen. En dat niet alleen, ook nazi-collaborateurs hadden geroofde bezittingen in Zwitserland ondergebracht. Volgens onderzoek van de Zwitsers zelf zou het gaan om een bedrag van 30 tot 40 miljoen dollar. Dat vonden de joodse nabestaanden een lachertje. Volgens hen zouden de oorlogstegoeden in de miljarden moeten lopen. En ze kregen gelijk: in 1998 kwam er in totaal 2,5 miljard dollar boven water.

Toerisme

De Zwitserse bergen trekken al heel lang buitenlandse bezoekers. In vroeger tijden vooral omdat de berglucht gezond was. Al in de middeleeuwen waren er herstellingsoorden en aan het eind van de 19de eeuw ontwikkelde Davos zich tot een sanatoriumcentrum voor astma- en tbc-patiënten.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft het massatoerisme zich ontwikkeld. Het land trekt jaarlijks bijna drie keer zo veel toeristen als het inwoners heeft. Vooral in de winter gaan miljoenen mensen naar Zwitserland om er te skiën, te langlaufen of een andere wintersport te bedrijven.

De onstuimige groei van het toerisme heeft wel een keerzijde: voor de aanleg van skipistes werden vele bomen gekapt. Daardoor houdt de bodem het water niet meer vast, wat de kans op overstromingen vergroot.

Frits Mulder, Taal en tekst.