Geografie
Zwitserland is een Alpenland in Midden-Europa met ruim 7 miljoen inwoners. Maar liefst 70% van het land wordt ingenomen door bergen en echt vlakke gebieden kom je nergens tegen. Zwitserland grenst in het noorden aan Duitsland, in het oosten aan Liechtenstein en Oostenrijk, in het zuiden aan Italië en in het westen aan Frankrijk. Het land is ruim 41.000 km² groot, en daarmee net zo groot als Nederland.
Er zijn geen zeegrenzen, maar wel grote grensmeren: met Duitsland en Oostenrijk deelt het land de Bodensee in het noordoosten, de grens met Frankrijk loopt dwars door het Meer van Genève in het zuidwesten, en met Italië deelt Zwitserland het Lago Maggiore en het Meer van Lugano. Zwitserland heeft in totaal zo’n 1500 meren en meertjes. Het grootste is het Meer van Neuchâtel, gevolgd door het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).
Het land is onder te verdelen in drie gebieden. In het noordwesten ligt de Jura. Het is een zogeheten oud gebergte met afgesleten en niet al te hoge toppen, zeker in vergelijking met de bergen in de Alpen. De hoogste top in de Jura is de Mont Tendre (1680 m).
Het zogeheten Mittelland wordt duidelijk gescheiden van de Jura door het Meer van Neuchâtel en het dal van de rivier de Aare. Dat Mittelland is een hoogvlakte met relatief veel industrie. De steden Bern en Zürich liggen in dit gebied.

Het zuidelijk deel van Zwitserland wordt geheel in beslag genomen door de Alpen. Dit is het gebied waar je de veelgeroemde Alpenweiden vindt, meestal op een hoogte tussen de 2000 en 3000 meter. Vanaf 3000 meter begint de eeuwige sneeuw. Het hoogste punt is de Monte Rosa, of ook wel Dufourspitze (4634 m) op de grens met Italië. De Dom (4545 m) en de Matterhorn (4478 m) zijn andere bekende bergtoppen. Zwitserland heeft in totaal 74 "vierduizenders": bergen van meer dan 4000 meter hoog, die voor een deel op de grens met Italië liggen.
De Rijn en de Rhône zijn de belangrijkste rivieren. Beide ontspringen ze in het Sint-Gotthard-massief, maar volgen dan een verschillende loop. De Rijn loopt naar het noorden om na de Bodensee voor het grootste deel de grens met Duitsland te vormen. De Rhône volgt een koers naar het westen en stroomt dan via het Meer van Genève naar Frankrijk.
Door de grote hoogteverschillen lopen de temperatuur en de hoeveelheid neerslag in Zwitserland sterk uiteen. Bovendien houden bergketens bepaalde klimaatinvloeden tegen. Het grootste deel van Zwitserland ligt in de overgangszone van zee- naar landklimaat. In de zuidelijke bergdalen heerst een subtropisch of mediterraan klimaat. Door de overheersende westenwind valt er in de Jura en de noordelijke Alpen vrij veel neerslag. Maar er valt nog veel meer in de zuidelijke Alpen door de föhnwind. Diezelfde föhn is aan de noordkant van de bergen juist droog.
Frits Mulder, Taal en tekst.
