Volk en cultuur 1

Het Zwitserse volk is een mengeling van drie culturen: de Duitse, de Franse en de Italiaanse. De kantons in het noorden en midden van het land zijn Duitstalig. De huizenbouw is er ook typisch Duits. De westelijke kantons zijn Franstalig, en in het zuidoosten ligt een plukje Italiaans Zwitserland. In het zuidoostelijke kanton Graubünden spreekt een kleine groep bergbewoners Reto-Romaans. Dat is een taal die in de vroegere Romeinse provincie Raetia werd gesproken.

Hoe verschillend van karakter de kantons en hun inwoners ook mogen zijn, de Zwitsers staan allemaal achter de onafhankelijkheid en neutraliteit van hun land. Dat speelt niet alleen internationaal, maar ook op regionaal niveau: ieder kanton heeft een grote mate van zelfstandigheid en dat moet vooral zo blijven vinden de Zwitsers.

Die autonome gedachte komt voort uit de geografie van het land: de vele bergen bemoeilijkten vroeger het onderling contact. Daardoor kun je ook nauwelijks spreken van dé Zwitsers; ieder dorp en ieder kanton heeft een eigen ontwikkeling doorgemaakt en een eigen karakter gevormd. Maar wanneer de onafhankelijkheid moest worden verdedigd, konden de kantons ook heel goed samenwerken.

Zwitsers horloge

Vroeger was Zwitserland een arm land, omdat er voor de landbouw maar beperkte mogelijkheden zijn in dit berggebied. Door hard werken, die strikte neutraliteit én hun ordelijkheid en precisie hebben de Zwitsers het een van de rijkste landen ter wereld gemaakt. De Zwitserse horloges konden alleen maar befaamd worden, omdat ze werden gemaakt door mensen die precies, ordelijk en netjes te werk gingen.

Die ordelijkheid werkt buitenlanders weleens op de zenuwen. Het land is wel érg schoon en er zijn wel erg veel ge- en verboden. De andere kant van de medaille is dat alles in Zwitserland keurig geregeld is: de openbare toiletten zijn schoon, bussen en treinen rijden op tijd, en nergens vind je afval op straat.

[Vervolg: Volk en cultuur 2]